Show/Hide Toolbars

Nextens Vpb 2018

Navigatie: Onderdeel Aangifte (belastingberekening)

Aangifte: Berekening belastbaar bedrag

Scroll Vorig Top Volgend Meer

Berekening belastbaar bedrag

Fiscaal ondernemingsvermogen

Overige vrijgestelde winstbestanddelen

Investeringsregelingen

Wijzigingen in toelaatbare reserves

Niet-aftrekbare rente

Deelnemingsvrijstelling: Niet-aftrekbare kosten en -bedragen

Innovatiebox

 

In dit onderdeel wordt de belastbare winst door middel van vermogensvergelijking berekend, waarbij u rekening houdt met de in het boekjaar verrichte kapitaalstortingen en -onttrekkingen. Dit saldo vormt het uitgangspunt voor de berekening van het belastbare bedrag, en moet overeenkomen met het saldo van de fiscale winstenverliesrekening.

 

Let op!

U kunt bij de meeste bedragen in dit onderdeel een tekstuele toelichting geven via de knop Spec.

Als er sprake is van een verplichte toelichting wordt dit aangegeven met een uitroepteken op de knop:  ! Spec.

 

1-14 Berekening belastbaar bedrag

Vul de nog ontbrekende gegevens in. Let op de mogelijkheid (en soms de verplichting) om bepaalde bedragen tekstueel toe te lichten.

 

Het belastbaar bedrag wordt als volgt berekend:

 

+/+ Ondernemingsvermogen einde jaar (uit jaarstuk)

+/+ Terugbetalingen kapitaal

-/- Ondernemingsvermogen begin jaar (uit jaarstuk)

-/- Stortingen

+/+ Niet-aftrekbare bedragen (in te vullen bij opgaaf)

------------------------------------

+/+ Fiscale winst (dit bedrag moet gelijk zijn aan de berekening via de W&V-rekening)

-/- Vrijgestelde winstbestanddelen (objectieve vrijstellingen)

+/+ Niet (of gedeeltelijk) aftrekbare kosten en lasten

-/- Fictieve personeelskosten instellingen alg/soc belang

+/+ Bijtelling winst uit zeescheepvaart

-/- saldo investeringsregelingen

+/+ saldo wijziging reserves

+/+ saldo niet aftrekbare rente en royalty's (art 8c Vpb)

+/+ totaal niet-aftrekbare renten e.d.

-/- getemporiseerde rente

-/- innovatiebox

-/- saldo deelnemingsvrijstelling

-/- objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinst

+/+verliesbrutering laagbelaste buitenl beleggingsonderneming

-/- aftrekbare giften .

+/+ eliminatie verlies boekjaar (bij belangenwisseling in de loop van het boekjaar)

-/- imputatie verlies vorig boekjaar (bij belangenwisseling in de loop van het boekjaar)

------------------------------

Belastbare winst vóór verliesverrekening.

 

Afwijking bij C-biljet

Het C-biljet Vpb kan vanaf 2018 elektronisch worden verzonden en is nu opgenomen in nextens. Kies op het scherm met bedrijfsgegevens voor C-biljet. Lees de informatie bij C-biljet voor details. Als u bij een C-biljet kiest voor het niet verzenden van jaarstukken (scherm Vaste gegevens), wordt de kapitaalsvergelijking ook niet verzonden en moet u het eindbedrag ervan los invullen.

 

1a en 1c Fiscaal ondernemingsvermogen

De bedragen bij 1a en 1c worden automatisch overgenomen van Jaarstukken (fiscale vermogensopstelling) en hieruit wordt via kapitaalsvergelijking Aangifte 1h (Saldo fiscale winstberekening) afgeleid. Op het scherm wordt tevens het saldo van de fiscale winstberekening getoond zoals dat is berekend bij Jaarstukken\Winst- en verliesrekening. Het controlescherm (F4) geeft het verschil tussen beide bedragen.

 

De Belastingdienst stelt aan de elektronische verzending onder andere de eis dat er geen verschil mag zijn tussen de winstberekening volgens kapitaalsvergelijking en volgens winst- en verliesrekening. Als er op dit scherm dus een verschil wordt gemeld, kunt u niet verzenden! Een veelvoorkomende oorzaak van een verschil is het ten onrechte verwerken van bepaalde posten in de winst- en verliesrekening. Posten die in feite ná de berekening via kapitaalsvergelijking vallen, zoals mutaties in de meeste reserves of bijtelling van niet aftrekbare kosten. Deze moeten dus niet in de winst- en verliesverekening worden opgenomen of worden tegengeboekt via een fiscale correctie in het vermogen. Zie de uitleg bij Fiscale reserves m.b.t. de herinvesteringsreserve.

 

Verschil tussen kapitaalsvergelijken en winst via W&V precies het bedrag van de wijziging in een reserve

Dit geeft aan dat een post in de W&V-rekening is verwerkt die in de berekening via kapitaalsvergelijking ná de kapitaalsvergelijking valt, zie het schema hierboven.

 

Tip!

Print de aangifte (ook zonder gegevens) een keertje af om te zien welke posten precies ná de kapitaalsvergelijking worden verrekend.

 

Een euro verschil bij fiscale eenheid

Als de balansen van alle dochters en de moeder in evenwicht zijn, maar in de consolidatie ontstaat er één euro verschil, dan is het volgende aan de hand. U heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheden om bedragen bij de dochters én de moeder via exclusie niet te laten doortellen in de Fiscale eenheid. Daarbij is aan de Passiefzijde een ander totaal weggehaald dan aan de Actiefzijde. Wellicht is de som van de balanswaarden van de Dochters (door afronding) niet gelijk aan de waarde die in de moeder stond. Zie de afdruk eigen dossier van de Exclusielijst.

 

Bij ‘Terugbetaling van kapitaal in de loop van het boekjaar’ gaat het om de terugbetalingen van kapitaal (in het algemeen van het nominale aandelenkapitaal, van agio of van informeel kapitaal) die in de loop van het boekjaar hebben plaatsgevonden. Onder bepaalde omstandigheden is de terugbetaling van kapitaal te beschouwen als een winstuitdeling. Voor de vennootschap die de uitkering doet heeft dit geen consequenties voor de vennootschapsbelasting. Wel is het mogelijk dat er dividendbelasting op de uitkering moet worden ingehouden. Voor de heffing van dividendbelasting wordt de terugbetaling van kapitaal beschouwd als een uitkering van winstreserves.

Van terugbetaling van kapitaal kan sprake zijn bij:

– terugbetaling van gestort kapitaal op aandelen;

– inkoop van eigen aandelen;

– liquidatie-uitkeringen;

– terugbetaling van agio.

Als de terugbetaling van kapitaal geheel of gedeeltelijk als een dividenduitkering wordt beschouwd, vermeldt u die bij Opgaaf- Niet aftrekbare bedragen.

 

U vermeldt hier ook de wijziging van het ondernemingsvermogen als gevolg van een tussentijdse voeging of ontvoeging.

 

Het ondernemingsvermogen aan het begin van het boekjaar moet overeenkomen met het eindvermogen van het voorgaande jaar. Een uitzondering kan zich voordoen bij het vormen, uitbreiden of verbreken van een fiscale eenheid. Als dit  het eerste aangiftejaar of eerste jaar van belastingplicht is, neemt u het beginvermogen over van uw beginbalans.

Toelichting verzending van de gegevens van het begin van het boekjaar

De Belastingdienst heeft via de eindbalans in de aangifte van het vorige jaar al de beschikking over de beginbalans van dit jaar. Deze wordt dus in het algemeen niet meegezonden. Dit moet wel gebeuren als er een afwijking in het beginvermogen is ten opzichte van de ingestuurde balans van vorig jaar. Als u de vraag  Wijkt  beginvermogen af van aangifte van vorig jaar' (bij Aangifte\1 Fiscale winst) met Ja beantwoordt, worden de beginbalansgegevens ook verzonden.

Op de afgedrukte jaarstukken wordt voor de duidelijkheid wel steeds de beginbalans getoond, mét de vermelding of deze gegevens al dan niet worden verzonden.

De Belastingdienst beschouwt een wijziging in de beginbalans als gevolg van verandering in het elektronisch aangiftebiljet niet als een afwijking die aanleiding geeft tot het opvragen van de beginbalans.

Dat de Belastingdienst via de aangifte de beschikking heeft over de beginbalans wil nog niet zeggen dat de inspecteur die gegevens (en alle andere verzonden gegevens) onmiddellijk ter beschikking heeft. Deze dienen (volgens onze informatie) te worden opgevraagd.

 

Vermeld de kapitaalstortingen die in de loop van het boekjaar hebben plaatsgevonden. Deze kapitaalstortingen hebben het eindvermogen positief beïnvloed, maar vormen geen winst. Kapitaalstortingen kunnen zowel formeel (uitbreiding van het aandelenkapitaal) als informeel zijn. Als een informele kapitaalstorting wordt beschouwd de inkoop van aandelen ter zake van het verlenen van optierechten aan werknemers (werknemersopties). Een kapitaalstorting kan zowel in geld als in natura plaatshebben. Voor de waardering van een kapitaalstorting in natura geldt de waarde op het moment van storting.

U vermeldt hier ook de wijziging van het ondernemingsvermogen als gevolg van een tussentijdse voeging of ontvoeging.

 

Mutaties/onttrekkingen kapitaal in het boekjaar

De terugbetalingen in geld of natura, op aandelen van nominaal gestort kapitaal, bij inkoop van eigen aandelen en/of liquidatie-uitkeringen, negatief gestort kapitaal bij art. 3.65 Wet IB2001, wijziging ondernemingsvermogen als gevolg van een tussentijdse voeging die in de loop van het boekjaar heeft plaatsgevonden voor de Vpb.

 

Objectieve vrijstellingen

Bij deze vraag is een aantal zogenoemde objectieve vrijstellingen opgenomen. Objectieve vrijstellingen zijn vrijstellingen waarbij bepaalde winsten of verliezen niet in de berekening van de belastbare

winst worden opgenomen.

 

Bosbouwvrijstelling

De winst uit een binnen Nederland uitgeoefend bosbedrijf is vrijgesteld van belastingheffing, met uitzondering van de opbrengst van exploitatie van hakhout. Dit houdt overigens in dat verlies dat geleden wordt met het bosbedrijf, ook niet aftrekbaar is. Het begrip bos is daarbij een zeer ruim begrip. Bomen als wegbeplanting of de bomen rond een boerderij kunnen ook tot een bosbedrijf worden gerekend. Het bosbedrijf mag deel uitmaken van een meer omvattende onderneming.

 

Omdat de winst uit een bosbedrijf is vrijgesteld, is verlies dat wordt geleden ook niet aftrekbaar. Als u de Belastingdienst verzoekt de vrijstelling niet toe te passen en voldoet aan bepaalde voorwaarden, mag u het verlies wel aftrekken. (tekst papieren toelichting, niet wordt vermeld hoe dit verzoek moet plaatsvinden; te overwegen valt om een toelichting te geven bij explicite uitspraak).

 

Landbouwvrijstelling

De landbouwvrijstelling geldt voor de waardeveranderingen (positief of negatief) van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door bedrijfsuitoefening of door bestemmingswijziging. Het landbouwbedrijf mag deel uitmaken van een meer omvattende onderneming.

 

Kwijtscheldingswinstvrijstelling is een vrijstelling voor winsten die ontstaan zijn doordat een crediteur afziet van zijn vorderingsrecht op een bedrag dat door de vennootschap is verschuldigd. Als een schuldeiser schulden kwijtscheldt, levert dit in principe winst op voor de schuldenaar. Deze winst kan onder bepaalde voorwaarden zijn vrijgesteld. De schuldeiser moet dan niet te verwezenlijken rechten prijsgeven. De met de kwijtschelding behaalde winst is in dat geval slechts vrijgesteld als deze hoger is dan de te verrekenen verliezen van vorige jaren en van het jaar zelf. Verliezen in jaren die volgen op het jaar van de kwijtschelding verkleinen het vrijgestelde bedrag niet.

 

Voorbeeld

X bv heeft een schuld van € 25.000 aan Y bv. Omdat X bv het bedrag definitief niet kan terugbetalen, besluit Y bv om de schuld van X bv kwijt te schelden. Daardoor krijgt X bv een voordeel: de kwijtscheldingswinst. Dit voordeel valt in de winst. Als X bv geen verlies heeft uit het verleden of uit dit jaar, dan is het hele bedrag van de

kwijtschelding vrijgesteld. Stel dat X bv nog € 11.000 aan verliezen heeft staan, dan moet de kwijtscheldingswinst eerst worden verrekend met die verliezen. De rest van de kwijtscheldingswinst (€ 14.000) is dan vrijgesteld.

 

Mobiliteitsprojectvrijstelling

Het kabinet is diverse mobiliteitsprojecten gestart. Doel van die projecten is de weggebruiker via prijsprikkels te brengen tot bewuster mobiliteitsgedrag. De vergoeding die u krijgt voor deelname aan een mobiliteitsproject van het kabinet, maakt geen deel uit van de belastbare winst.

 

2f Overige vrijgestelde winstbestanddelen

 

Voorbeelden van overige vrijgestelde winstbestanddelen: bedrijfsfusie art.14 Vpb, vrijgestelde verminderingen dividendbelasting art 8a.Vpb. Met ingang van het herziene regime fiscale eenheid Vpb (boekjaar 2003) kan in deze rubriek ook worden opgenomen het voordeel van art. 10, derde lid Besluit fiscale eenheid. Het betreft de voordelen uit of in verband met de vervreemding van aandelen in een gevoegde dochtermaatschappij wanneer die vervreemding niet leidt tot verbreking van de fiscale eenheid te aanzien van die dochtermaatschappij. Deze voordelen worden bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen voor zover ze zonder de fiscale eenheid ook niet in aanmerking zouden worden genomen.

Het kan voorkomen dat er op grond van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting sprake is van een dubbele vestigingsplaats (dual residency).

De Nederlandse belastingdienst mag uitsluitend die bestanddelen van de belastbare winst die op grond van de internationale regelingen ter voorkoming van dubbele belasting aan Nederland zijn toegewezen. U vult in deze rubriek dan het totaalbedrag van de bestanddelen waarvoor Nederland geen heffingsrecht heeft. Bron IB2001, art 3.13

 

Fiscale eenheid, vervreemding aandelen

In deze rubriek kan ook het voordeel worden opgenomen van artikel 10, lid 3 Besluit fiscale eenheid. Het betreft de voordelen uit of in verband met de vervreemding van aandelen in een gevoegde dochtermaatschappij wanneer die vervreemding niet leidt tot verbreking van de fiscale eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij. Deze voordelen worden bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen voor zover ze zonder de fiscale eenheid ook niet in aanmerking zouden worden genomen.

 

3 Niet of gedeeltelijk aftrekbare kosten en lasten

Vermeld (het deel van) de kosten en lasten die u niet van uw fiscale winst kunt aftrekken.

4 Fictieve personeelskosten en fondswervende activiteiten

Het verschil tussen het minimumloon en de werkelijke (lagere) personeelskosten voor vrijwilligers bij een lichaam waarbij de behartiging van een algemeen maatschappelijk belang of sociaal belang op de voorgrond staat. De winst van dat lichaam moet bovendien hoofdzakelijk worden behaald met behulp van de arbeid van deze vrijwilligers. De fictieve aftrek vindt niet plaats als ten gevolge daarvan ernstige concurrentieverstoring zou ontstaan. Bron VPB1969, art. 9, lid 1, letter i.

Hier is ook ondergebracht de winst die belastingplichtige als een algemeen nut beogende instelling heeft behaald met kenbaar fondswervende activiteiten en in aftrek op de fiscale winst kan worden gebracht.

 

5 Winst uit zeescheepvaart

Na verkrijging van een beschikking van de belastingdienst wordt de winst uit zeescheepvaart berekend volgens een forfaitaire regeling, de tonnageregeling. De regeling geldt voor een periode van tien jaar of een veelvoud hiervan. Bron Wet VPB 1969, art 8, lid 1 Wet IB 2001, art 3.22 Wet IB 2001, art 3.23 Wet IB 2001, art 3.24. Het bedrag van de specificatie (volg de hyperlink) kan gecorrigeerd worden.

6 Investeringsregelingen

De bedragen worden automatisch overgenomen uit het onderdeel Investeringen, tenzij u aangeeft dat de koppeling moet worden verbroken. Vanaf 2011 is dit voor andere bedragen dan de milieu- of energieaftrek toegestaan.

 

Research-en-developmentaftrek

De fiscale faciliteit voor de niet-loonkostencomponent van speur- en ontwikkelingswerk (S&O). De aftrek is het saldo aan bedragen volgens de RDA-beschikking(en) en/of RDA-correctiebeschikking(en) afgegeven door Agentschap NL. De aftrek kan negatief zijn ingeval een correctie-beschikking.

 

7 Wijzigingen in toelaatbare reserves

De gegevens bij 7 Wijzigingen in toelaatbare reserves roept u op door op de knoppen te klikken. Deze kunnen ook worden ingevuld bij Jaarstukken\Balans\Fiscaal ondernemingsvermogen. Zie ook Fiscale reserves.

 

8 en 9 Niet-aftrekbare rente

De volgende tekst is afkomstig uit de toelichting bij de technische specificaties van de Belastingdienst.

 

Art. 8c Vpb

De renten en royalty's zijn betaald aan en ontvangen van lichamen of natuurlijke personen die behoren tot het concern waarvan de belastingplichtige deel uitmaakt. Het saldo bedrag, verminderd met een vergoeding voor de desbetreffende prestaties, dat de belastingplichtige heeft ontvangen en betaald aan

- renten ter zake van rechtens dan wel in feite direct of indirect samenhangende geldleningen of

- royalty's ter zake van rechtens dan wel in feite direct of indirect samenhangende rechtsverhoudingen. De belastingplichtige loopt mbt die geldleningen of rechtsverhoudingen per saldo geen reeel risico. Bron VPB1969, art. 8c

 

Art 10a rente als bedoeld art 10a Vpb

Het totaalbedrag van de niet aftrekbare renten – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – ter zake van schulden rechtens dan wel in feite direct of indirect verschuldigd aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon, voor zover die schulden rechtens dan wel in feite direct of indirect verband houden met een van de volgende rechtshandelingen: [a] een winstuitdeling of een teruggaaf van gestort kapitaal door de belastingplichtige of door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen, aan een met hem verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon; [b] een kapitaalstorting door de belastingplichtige, door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen of door een met hem verbonden natuurlijk persoon die in Nederland woont, in een met hem verbonden lichaam; [c] de verwerving of uitbreiding van een belang door de belastingplichtige, door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen of door een met hem verbonden natuurlijk persoon die in Nederland woont, in een lichaam dat na deze verwerving of uitbreiding een met hem verbonden lichaam is.

 

Art 10b vergoedingen en waardemutaties volgens art 10b Vpb

Als een belastingplichtige van een lichaam waarmee hij is gelieerd in de zin van artikel 8b Wet VPB1969 een geldlening heeft verkregen welke geen vaste aflossingsdatum heeft of een aflossingsdatum die meer dan 10 jaar is gelegen na het tijdstip van het aangaan daarvan, terwijl Te verrekenen verliezenrechtens dan wel in feite geen vergoeding op die lening is overeengekomen of een vergoeding die in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen, komen bij het bepalen van de winst vergoedingen op die lening en waardemutaties van die lening niet in aftrek. Bij verschuiving van de aflossingsdatum naar een later tijdstip wordt voor de toepassing van de eerste volzin de geldlening geacht vanaf het tijdstip van totstandkoming die nieuwe aflossingsdatum te hebben gehad..

 

Art 10d niet aftrekbare rente art 10d Vpb

In een jaar is er sprake van een teveel aan vreemd vermogen. Een gedeelte van de rente terzake van geldleningen, kosten van een geldlening daaronder begrepen, dat evenredig is aan de verhouding tussen het teveel aan vreemd vermogen en het gemiddeld vreemd vermogen is niet aftrekbaar

 

Niet-aftrekbare rente overnameschulden

Renten – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – ter zake van overnameschulden die verband houden met de verwerving of uitbreiding door een maatschappij in een fiscale eenheid van een belang in een of meer andere maatschappijen in diezelfde fiscale eenheid, komen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst slechts in aftrek tot een maximaal bedrag. De rekenregels voor de bepaling van het maximaal aftrekbare rentebedrag zijn vastgelegd in artikel 15ad Wet vpb.

10 Getemporiseerde rente

Het bedrag van de in eerdere jaren getemporiseerde rente-aftrek dat in dit boekjaar in aftrek komt. De rente, bedoeld in de artikelen 14a, achtste lid, 14b, zesde lid, en 15ad, eerste lid, van de Wet VPB 1969 zoals die leden luidden op 31 december 2006, welke bij het begin van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2008 nog niet op de winst in aftrek is gekomen, wordt verrekend met het belastbare bedrag van dat jaar en, voor zover nog niet verrekend, met het belastbare bedrag van een volgend jaar.

Ingevolge het per 1 januari 2008 afgeschafte artikel 15ad kan door een overnameholding betaalde rente niet worden afgezet tegen het combinatieresultaat van een fiscale eenheid van de overnameholding en de overgenomen werkmaatschappij, maar alleen tegen de eigen winst van die overnameholding. Er is een overgangsmaatregel voor het bedrag aan rente dat bij de inwerkingtreding van de Wet werken aan winst nog niet in aftrek is gekomen. De nog niet in aftrek gekomen rente kan in de volgende jaren – nadat de aftrekbare giften in aftrek zijn gekomen en de voorwaartse verliesverrekening heeft plaatsgevonden – in aftrek worden gebracht op het combinatieresultaat, voor zover dat resultaat daardoor niet negatief wordt. De rente die op deze wijze alsnog in aftrek wordt gebracht, kan derhalve niet leiden tot een verlies bij de fiscale eenheid. Met andere woorden: carry-back van deze rente is niet mogelijk. De overgangsregeling geldt tevens voor de juridische splitsing (het afgeschafte artikel 14a, achtste lid) en de juridische fusie (het afgeschafte artikel 14b, zesde lid). Merkwaardigerwijs is deze vraag vervallen op het papieren ontheffingsbiljet.

 

11 Innovatiebox

Berekening van de vermindering van de belastbare grondslag om een belastingtarief van 5% te realiseren. De voordelen uit hoofde van de activa waarvoor gekozen is voor toepassing van de octrooibox worden, met in achtneming van de drempel en het maximum, in aanmerking genomen voor 5/H gedeelte. Daarbij staat H voor het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22 Vpb, geldend voor het jaar waarin het voordeel is genoten. Bij een gebroken boekjaar moet het gemiddeld hoogste tarief worden berekend aan de hand van het aantal dagen in het desbetreffende jaar. Het niet in aanmerking te nemen octrooisaldo bedraagt (H-5)/H gedeelte.

 

Voordelen uit immateriële activa waarvoor een octrooi of een buitenlands patent is verleend, worden sinds 1 januari 2007 op verzoek voor een deel meegenomen in de heffingsgrondslag. Vanaf 2012 is dat 5/25 deel. Daardoor ontstaat een effectieve heffing van 5% (althans, indien de vermindering van de heffingsgrondslag volledig in de hoogste schijf valt).

 

Het gaat om octrooien die aan u zijn verleend, en die betrekking hebben op immateriële activa die voor uw rekening en risico worden ontwikkeld.

 

De uit de activa genoten voordelen kunnen bestaan uit royalty's, maar ook uit andere opbrengsten. Het inkomen dat met het immaterieel activum wordt behaald, moet voor ten minste 30% het directe gevolg zijn van het verleende octrooi. U beoordeelt dit aan het einde van het boekjaar waarin de octrooibox voor het eerst voor het immateriële activum geldt.

 

Bij de toepassing van de verlaagde belastingheffing op de voordelen geldt een ingroeiregeling. Dit houdt in dat u de voortbrengingskosten van immateriële activa niet hoeft te activeren om van de octrooibox gebruik te kunnen maken. De voordelen die u met die activa hebt behaald, komen echter pas in de octrooibox als deze voordelen uitkomen boven de drempel van de totale voortbrengingskosten van die activa.

 

Als de voordelen in een boekjaar lager zijn dan de in te lopen voortbrengingskosten, wordt het resterende bedrag (het saldo in te lopen voortbrengingskosten aan het einde van dit boekjaar) meegenomen naar het volgende boekjaar. Alleen het deel van de voordelen dat uitkomt boven de in te lopen voortbrengingskosten in het boekjaar (de drempel), valt onder de effectieve heffing van 5%. De Belastingdienst stelt de in te lopen voortbrengingskosten tegelijk met de aanslag definitief vast met een beschikking.

 

Vanaf 2013 is een forfaitaire vorm van bepaling van de voordelen mogelijk. Zie de informatie bij de specificatie innnovatiebox onder Andere specificaties.

 

12 Deelnemingsvrijstelling: Niet-aftrekbare kosten en -bedragen

In het controlescherm (F4) wordt het verschil getoond tussen de niet-aftrekbare kosten van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de Vpb en het totaal van deze kosten zoals ingevuld in het onderdeel Deelnemingen.

 

Een aantal bedragen van het scherm Aangifte/Deelnemingen wordt berekend vanuit de specificatie Deelnemingen! Dit is een (technische) instructie van de Belastingdienst. Dat geldt met name voor de totale voordelen uit de deelnemingen, vrijgesteld én belast. Het onderdeel deelnemingen én aangifte bevatten de eliminatieposten om niet alle voordelen onder de deelnemingsvrijstelling te laten vallen.

 

Voorbeeld:

Het bedrag van 20.000 is afkomstig uit de specificatie deelnemingen (hier één deelneming):

 

 

 

De tekst hieronder is afkomstig uit de toelichting bij het biljet voor de buitenlandse belastingplichtige 2011.

 

Deelnemingsvrijstelling

Winsten en verliezen uit een deelneming maken in het algemeen geen

deel uit van de belastbare winst. Bij winsten gaat het bijvoorbeeld om

ontvangen dividend en om winst bij verkoop van een deelneming.

Bij verliezen gaat het bijvoorbeeld om verlies bij verkoop van een

deelneming. De winsten zijn in dit geval niet belast. De verliezen

zijn niet aftrekbaar. Aan- en verkoopkosten vallen ook onder de

deelnemingsvrijstelling,

en zijn dus niet aftrekbaar. De deelnemingsvrijstelling

geldt niet als u aangifte doet voor een beleggingsinstelling.

De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op een niet-kwalificerende

beleggingsdeelneming. Vanaf het moment dat de deelneming

wijzigt in een niet-kwalificerende beleggingsdeelneming, geldt de

deelnemingsvrijstelling niet meer.

 

Wanneer is een deelneming een beleggingsdeelneming?

Of een deelneming als belegging moet worden beschouwd, hangt

onder meer af van het oogmerk dat u hebt bij het houden van de

deelneming. Als u streeft naar een rendement dat bij normaal

vermogensbeheer kan worden verwacht, wordt de deelneming als

belegging aangehouden. Er is geen beleggingsdeelneming als de

onderneming van de deelneming in het verlengde ligt van uw eigen

onderneming.

 

Ook bij een tophoudstermaatschappij of een tussenhoudstermaatschappij

kan het zo zijn dat een belang niet als belegging wordt

gehouden. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de tophoudstermaatschappij

op bestuurlijk, beleidsvormend en/of financieel terrein een

wezenlijke functie vervult voor de bedrijfsuitoefening van een groep

(verbonden lichamen).

 

Bepaalde deelnemingen worden altijd als een beleggingsdeelneming

gezien, ongeacht het oogmerk waarmee zij worden gehouden. Dit

heeft betrekking op deelnemingen waarvan:

– de bezittingen (geconsolideerd beschouwd) in het algemeen

grotendeels bestaan uit belangen in lichamen van minder dan 5%

– de functie grotendeels die van groepsfinanciering is

Kwalificerende beleggingsdeelneming

Van een kwalificerende beleggingsdeelneming is sprake als:

– de deelneming onderworpen is aan een winstbelasting die

resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing

(onderworpenheidstoets), of

– de bezittingen van de deelneming doorgaans (on)middellijk voor

minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen

(bezittingentoets)

Voldoet de deelneming aan de onderworpenheidstoets of de

bezittingentoets? Dan is de deelnemingsvrijstelling van toepassing,

ongeacht het oogmerk waarmee u de deelneming houdt.

Onderworpenheidstoets

Bij de onderworpenheidstoets wordt de buitenlandse belastingheffing

over de winst van de deelneming vergeleken met de heffing naar

Nederlandse maatstaven. Een tarief van 10% geldt normaal

gesproken als reële heffing. Daarbij wordt er voor de grondslag (het

bedrag waarover wordt geheven) een vergelijking gemaakt met de

Nederlandse jaarwinstbepaling.

 

Bezittingentoets

Voor de bezittingentoets worden laagbelaste vrije beleggingen niet

meegeteld als zij toebehoren aan een lichaam waarvan de bezittingen

in het algemeen ten minste hoofdzakelijk bestaan uit andere

bezittingen dan laagbelaste vrije beleggingen. De deelnemingen die

dat lichaam houdt worden daarbij geacht geen bezittingen te zijn.

Ook worden bezittingen niet in aanmerking genomen die grotendeels

worden gebruikt voor financiering van groepsvorderingen en die

voldoen aan ten minste 1 van de volgende voorwaarden:

- De bezittingen zijn historisch bezien voor ten minste 90%

gefinancierd met geldleningen van buiten de groep.

- De bezittingen zijn niet aan een winstbelasting onderworpen die

resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.

 

Niet-kwalificerende beleggingsdeelneming

Voldoet de deelneming niet aan de onderworpenheidstoets en ook

niet aan de bezittingentoets? Dan is het een niet-kwalificerende

beleggingsdeelneming.

 

Laagbelaste vrije beleggingen

Als vrije beleggingen worden aangemerkt:

– beleggingen die redelijkerwijs niet noodzakelijk zijn voor het drijven

van de onderneming

Dit zijn bijvoorbeeld overtollige liquiditeiten waarvoor geen

bestemming is. Beleggingen bestaande uit onroerende zaken zijn

geen vrije beleggingen, tenzij ze behoren tot een (vrijgestelde)

beleggingsinstelling.

– bezittingen die verband houden met passieve groepsfinancieringswerkzaamheden

Een uitzondering geldt voor bezittingen die historisch bezien voor

ten minste 90% zijn gefinancierd met geldleningen die van buiten

de groep (verbonden lichamen) komen.

– bedrijfsmiddelen die grotendeels ter beschikking worden gesteld

aan u of aan met u verbonden lichamen

De bedrijfsmiddelen worden echter niet als vrije beleggingen

aangemerkt als ze verband houden met actieve terbeschikkingsstellingswerkzaamheden

of als ze voor ten minste voor 90% zijn

gefinancierd met geldleningen die historisch bezien van buiten de

groep komen.

Vrije beleggingen zijn laagbelast als ze niet zijn onderworpen aan een

winstbelasting die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële

heffing.

Waarderingsvoorschrift voor niet-kwalificerende beleggingsdeelnemingen

Als u, alleen of samen met een verbonden lichaam, een belang hebt

van 25% of meer in bepaalde beleggingsdeelnemingen, dan moet u

het belang in de deelneming waarderen op de waarde in het

economische verkeer. Het herwaarderingsvoorschrift geldt voor

deelnemingen die voldoen aan de volgende voorwaarden:

– De bezittingen van de deelneming bestaan voor ten minste 90%

middellijk of onmiddellijk uit laagbelaste vrije beleggingen.

– De deelneming is niet onderworpen aan een winstbelasting die

resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.

 

U bruteert het voordeel uit een niet-kwalificerende beleggingsdeelneming

door het voordeel te vermenigvuldigen met de factor 100/95.

Let op!

U vult alleen het bedrag van de brutering in, dat is dus 5/95 deel van

het voordeel.

 

Voorbeeld:

Nettovoordeel € 95.000

Gebruteerd voordeel 100/95 x € 95.000 = € 100.000

Het bedrag van de brutering is dan €100.000 - € 95.000 = € 5.000

Als het gebruteerde voordeel negatief is, doet u een bijtelling. Vanaf 2012

is de bijtelling 5/25 van het negatieve bedrag.

 

Zie voor de verrekening van buitenlandse ondernemingswinsten en verliesbrutering  de toelichting op Voorkoming dubbele belasting.

Zie verder Belangenwijzigingen.

 

Haal meer uit de help