Show/Hide Toolbars

Nextens Vpb 2018

Navigatie: Onderdeel Opgaaf

Opgaaf: Algemene gegevens

Scroll Vorig Top Volgend Meer

1 Algemene gegevens

In een aantal schermen vult u de algemene vragen in. Als u een vraag niet beantwoordt, is het antwoord Nee.

 

1a Verlangt u in 2018 een expliciete uitspraak van de Belastingdienst?

Hier kunt u een reden opgeven die ervoor zorgt dat de aangifte handmatig (en niet volledig automatisch) wordt beoordeeld. Dit betekent overigens niet dat u hiervan altijd bericht krijgt.

 

Met de beantwoording van deze vraag geeft u aan of u van de Belastingdienst verlangt dat een specifiek standpunt wordt overgenomen. Het gaat hier met name om onderwerpen in de aangifte waarop u discussie verwacht of in discussie wilt treden. U beantwoordt de vraag ook met ja als u elders in de aangifte, in een specificatie, om een expliciete uitspraak heeft gevraagd. De invoering van de elektronische aangifte brengt overigens op zich zelf geen verandering in het navorderingsbeleid van de Belastingdienst of de toepassing daarvan." (uit de toelichting van de Belastingdienst bij de elektronische gegevens)

De inspecteur doet alleen een expliciete uitspraak over het specifieke standpunt, en niet over de gehele aangifte.

 

1b Innovatiebox

Voordelen uit immateriële activa waarvoor een octrooi of een buitenlands patent is verleend, worden op verzoek slechts voor een deel meegenomen in de heffingsgrondslag. In 2015 is dat 5/25 deel (de zogeheten Innovatiebox). Daardoor ontstaat een effectieve heffing van 5%. Innovatieverliezen vallen niet in de innovatiebox. Deze verliezen zijn volledig verrekenbaar met belastbare winsten van het voorgaande jaar en van de negen volgende jaren.

 

Het is vanaf 2013 ook mogelijk gebruik te maken van een forfaitaire regeling. Zie het onderdeel Andere specificaties/Innovatiebox en de help aldaar.
 

1c Verrichtte u in het boekjaar internationale houdster-, licentie-, financierings- of overige activiteiten?

Het gaat om tussenhoudstermaatschappijen in internationale verhoudingen en om tophoudstermaatschappijen waarvan de dochtermaatschappijen geen ondernemingsactiviteiten in Nederland uitoefenen. De licentie- en financieringsactiviteiten hebben betrekking op lichamen waarvan de werkzaamheden hoofdzakelijk bestaan uit het binnen concernverband ontvangen en (door)betalen van royalty’s of rente. Vul de specificatie van Model B in.

 

1d Komt u in het boekjaar in aanmerking voor het besluit Beleggingsinstellingen?

U komt in aanmerking voor toepassing van het Besluit beleggingsinstellingen als het gaat om een beleggingsinstelling volgens artikel 28 Vpb. Volgens dit artikel is een beleggingsinstelling: een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een fonds voor gemene rekening, met de volgende eigenschappen:

– De instelling is in Nederland gevestigd.

– Het doel en de feitelijke werkzaamheden bestaan uit het beleggen van vermogen.

– De instelling voldoet aan een aantal voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde is dat de winst binnen acht maanden na afloop van het boekjaar wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Als de beleggingsinstelling aan de voorwaarden voldoet, is de belasting nul procent van het belastbare bedrag. In Nextens zorgt u hiervoor door bij de berekening van de aanslag het gehele bedrag onder Afwijkend tarief te vermelden zonder percentage. Vanaf de aangifte 2007 heeft de Belastingdienst hier geen apart invulveld meer op het biljet, het nul tarief geldt ook als een normaal tarief.

1e Komt u in het boekjaar in aanmerking voor toepassing van het besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001?

U komt in aanmerking voor toepassing van het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 als u een levensverzekeringsbedrijf, een natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of een schadeverzekeringsbedrijf uitoefent. Het besluit heeft betrekking op de toelaatbaarheid van reserves bij zulke ondernemingen.

 

1g Hebt u het stelsel van waardering van activa en/of passiva in het boekjaar gewijzigd?

Het gaat om wijzigingen in balansposten, zoals een wijziging in:

– het systeem van voorraadwaardering, bijvoorbeeld vervanging van een systeem van waardering op kostprijs of lagere marktwaarde door een ijzerenvoorraadstelsel. Hieronder valt ook een wijziging van de grondslagen van de voorraadwaardering (bijvoorbeeld als u bij gebruikmaking van het ijzerenvoorraadstelsel de vaste basisprijs heeft verlaagd of verhoogd);

– het systeem van afschrijving, bijvoorbeeld vervanging van een systeem van lineaire afschrijving door een systeem van afschrijving naar boekwaarde, de zogenoemde degressieve afschrijving. Ook hierbij kan het zijn dat u de grondslagen van de afschrijving heeft gewijzigd, bijvoorbeeld door wijziging van de hoogte van de residuwaarde of de hoogte van het afschrijvingspercentage.

 

Let op!

Een wijziging van het waarderingsstelsel is slechts toegestaan als goed koopmansgebruik dit rechtvaardigt en ook het nieuwe waarderingsstelsel in overeenstemming is met goed koopmansgebruik. De stelselwijziging mag niet willekeurig zijn of uitsluitend gericht zijn op het behalen van incidenteel fiscaal voordeel.

 

1h Heeft er in het boekjaar willekeurige afschrijving plaatsgevonden van bedrijfsmiddelen in Nederland?

Willekeurig afschrijven wil zeggen dat u zelf bepaalt hoe en wanneer u een bedrijfsmiddel afschrijft. Dit geldt voor bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals sommige milieu-investeringen (VAMIL). De boekwaarde van het bedrijfsmiddel mag niet lager worden dan de restwaarde. Bovendien moet u bij onroerende zaken die u hebt aangeschaft na 1 januari 2007, rekening houden met de bodemwaarde.

Als deze vraag met ja wordt beantwoord dient u de de bijlage willekeurige afschrijving (onderdeel van Andere specificaties) in te vullen.

 
In de brochure Milieulijst, die per 2013 is gewijzigd vindt u een algemene toelichting op de VAMIL.
Deze brochure kunt u bestellen bij de BelastingTelefoon op 0800-0543.

1i Is in het boekjaar een pensioenregeling getroffen of is een bestaande regeling gewijzigd?

1j Hebt u in dit boekjaar pensioenaanspraken verminderd?

Kies ja als:

– een nieuwe pensioenregeling voor werknemers is getroffen;

– een bestaande pensioenregeling is gewijzigd, bijvoorbeeld door afkoop, overdracht of overname van verplichtingen.

 

Specificeer desgewenst

Geef eventueel een berekening waaruit de invloed van de wijziging op het vermogen en het resultaat blijkt. Deze specificatie is niet meer verplicht.

 

Let op!

Het kan zijn dat de pensioengerechtigden op wie deze regelingen van toepassing zijn, ook aandeelhouders in de vennootschap zijn.

 

1k Is in dit boekjaar een afgewaardeerde schuldvordering als bedoeld in art. 13 Vpb vervreemd of overgebracht en/of is in dit boekjaar een afgewaardeerde schuldvordering als bedoeld in artikel 13ba Vpb omgezet, van karakter gewijzigd waardoor de corresponderende schuld feitelijk als eigen vermogen is gaan functioneren of prijsgegeven?

Bedoeld wordt een vervreemding of overbrenging in de zin van artikel 13b en 13ba Vpb. Het gaat om situaties waarin een vordering op een deelneming is afgewaardeerd ten laste van de Nederlandse winst en een belaste waardestijging vervolgens geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt gemaakt.

 

Vervreemding of overbrenging op een deelneming

Van een vervreemding of overbrenging op een deelneming is sprake als de vordering:

– wordt vervreemd aan een lichaam dat is verbonden met de vennootschap

– wordt vervreemd aan een natuurlijk persoon die is verbonden met de vennootschap

– wordt overgebracht naar het vermogen van het gedeelte van de vennootschap dat buiten Nederland wordt gedreven, waarbij op het resultaat een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is

 

Geef desgewenst een toelichting op de vordering. Vermeld daarbij bijvoorbeeld:

– de waarde van de vordering waarvoor deze in de boeken is opgenomen op het moment van ontstaan of verkrijgen van de vordering

– als de vordering is verkregen van een – op het moment van vervreemding, overbrenging enzovoort – met u verbonden lichaam:

de waarde van de vordering waarvoor deze door het verbonden lichaam in de boeken is opgenomen op het moment van ontstaan of verkrijgen van de vordering

– de waarde van de vordering op het moment van vervreemding, overbrenging enzovoort

– de wijze van vervreemding en dergelijke. U moet een beschrijving geven van de relevante rechtshandelingenHet gaat om situaties waarin een vordering op een deelneming is afgewaardeerd ten laste van de Nederlandse winst en een belaste waardestijging vervolgens geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt gemaakt.

 

1l Heeft in het boekjaar een vervreemding van aandelen plaatsgevonden waarop een fiscale claim rust (als bedoeld in artikel 13h, 13i, 13j of 13k Vpb)?

Deze vraag heeft betrekking op aandelen die zijn verkregen in het kader van een aandelenfusie, een juridische (af)splitsing of een juridische fusie en waarop nog een fiscale claim rust. Deze claim wordt veroorzaakt door een voordeel waarover op het moment van fusie of splitsing niet hoefde te worden afgerekend, omdat een beroep is gedaan op fiscale begeleiding. In het algemeen gesproken gaat het hierbij om aandelen waartegenover aandelen zijn ingebracht die of geen deelneming vormden, of ‘besmet’ waren in de zin van artikel 13c Vpb of artikel 13ca (oud) Vpb.

 

Specificeer

Geef desgewenst een toelichting op de vervreemding. Vermeld daarbij dan:

– de boekwaarde van de aandelen;

– de kostprijs van de oorspronkelijke aandelen;

– het voordeel dat bij de aandelenfusie, juridische (af)splitsing of juridische fusie buiten aanmerking gebleven is;

– de verkoopprijs.

U kunt een berekening maken waaruit de invloed van deze wijziging op het vermogen en het resultaat blijkt.

 

1o Is in dit boekjaar, of was in het vorige boekjaar, de afzonderlijke berekening van de winst vóór en na het moment van wijziging in het uiteindelijke belang in de vennootschap (art. 20a Vpb) van toepassing?

Bij een belangenwijziging (wisseling van aandeelhouders) gold in bepaalde situaties al een beperking van de voorwaartse en achterwaartse verliesverrekening. Vanaf 2011 zijn de mogelijkheden tot verliesverrekening binnen het jaar zelf ook beperkt bij een belangenwijziging gedurende het jaar.  Deze vraag (bij Algemeen) vult u in bij Aangifte 14. Berekening belastbaar bedrag waar  ook de verdere cijfermatige uitwerking volgt. Zie voor de verdere uitleg Belangenwijziging.

1q Maakt u in het boekjaar gebruik van de tegenbewijsregeling van artikel 10a, 1 Vpb of artikel 10a Vpb?

De rente op schuldig gebleven dividenduitkeringen, terugbetalingen van kapitaal en kapitaalstortingen is niet aftrekbaar. Ook de rente op geldleningen aan verbonden lichamen die hiermee verband houden, is niet aftrekbaar. Dit geldt ook voor rente op schulden aan een verbonden lichaam die zijn ontstaan door verwervingen van aandelen in een ander verbonden lichaam. De rente kan toch aftrekbaar zijn als u een tegenbewijs levert volgens de regels die hiervoor in de Vpb zijn opgenomen.

 

Vanaf de aangifte 2018 zijn hier enkele vragen toegevoegd:

 

Bent u 10a-schulden aangegaan bij een verbonden lichaam dat geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid waarvan u deel uitmaakt?

Indien JA dan:

Weet u of er bij de uiteindelijke ontvanger van de rente over deze 10a-schuld(en) compenserende heffing heeft plaatsgevonden?

Indien JA dan:

Heeft er bij de uiteindelijke ontvanger van de rente over deze 10a-schuld(en) compenserende heffing plaatsgevonden?

 

Wij hebben de vraagstelling op het scherm iets aangepast, zodat de beide laatste vragen in één keer kunnen worden beantwoord. We printen en verzenden (uiteraard) volgens de vraagstelling van de Belastingdienst.

Vanaf 1 januari 2018 kan artikel 10a ook van toepassing zijn op een schuld die verkregen is van een andere maatschappij binnen fiscale eenheid. Fiscaal is deze schuld en de daarmee samenhangende rente wegens consolidatie niet zichtbaar, maar vanaf boekjaren startend op of na 1 januari 2018 moet er over deze schuld wel worden gerapporteerd, zodat het voor de Belastingdienst duidelijk is of er sprake is van tegenbewijs voor rente binnen de fiscale eenheid of buiten de fiscale eenheid.

1r  Is de belastbare winst te kwalificeren als een houdsterwinst (verlies) of financieringswinst(verlies)?

Van een houdster- of financieringsmaatschappij is sprake als de activiteiten gedurende het gehele of bijna het gehele boekjaar bestaan uit het uitsluitend of bijna uitsluitend houden van deelnemingen of het (direct of indirect) financieren van verbonden lichamen. Bij het begrip houdstermaatschappij is niet zozeer van belang of de deelnemingen actief of passief worden gehouden, maar of naast het houden van deelnemingen nog andere activiteiten worden verricht. Als bijvoorbeeld een management-bv de directievoering heeft over een werkmaatschappij, is er meestal geen sprake van het bijna uitsluitend verrichten van houdsteractiviteiten. Bij de toetsing van de houdsteractiviteiten is niet alleen de tijdsbesteding van de werknemers van belang maar spelen ook andere factoren een rol, zoals de samenstelling van de commerciële winst en de activa en passiva van de commerciële balans. Van een houdsterof financieringsmaatschappij is in ieder geval geen sprake als ten minste 25 werknemers – berekend op basis van een volledige werktijd – werkzaamheden verrichten die geen verband houden met het houden van deelnemingen of het financieren van verbonden lichamen.

Als u wordt aangemerkt als een houdster- of financieringsmaatschappij, kunt u een eventueel geleden verlies slechts verrekenen met winsten over jaren waarin u eveneens als houdster- of financieringsmaatschappij actief bent geweest. Voor het jaar waarvan de winst voor verrekening wordt gebruikt, geldt bovendien dat de boekwaarde van het saldobedrag van de vorderingen en schulden op verbonden lichamen gedurende het gehele of bijna gehele boekjaar niet uit mag gaan boven de boekwaarde van het saldobedrag van de vordering en schulden op verbonden lichamen aan het einde van het jaar waarin het verlies is geleden.

 

De Belastingdienst stelt een houdster- of financieringsverlies en het saldobedrag van de vorderingen en schulden op verbonden lichamen aan het einde van het verliesboekjaar met een beschikking vast.

Zie ook de toelichting bij verliezen.

1s Hebben buitenlandse gelieerde maatschappijen of personen in dit boekjaar vergoedingen van u ontvangen voor het gebruik van materiële en/of immateriële vaste activa?
Als u deze vraag met ja beantwoordt moet u ook het bedrag invullen dat in dit boekjaar is betaald voor materiële en/of immateriële vaste activa aan buitenlandse gelieerde maatschappijen of personen. Vorig jaar moest ook een ontvangen bedrag worden vermeld. Dat is vervallen.

 
1t Is de Regeling aanvullende documentatieverplichtingen (DB/2015/462M) op u van toepassing en heeft u in uw lokaal dossier mel-ding gemaakt van betrokkenheid bij een bedrijfsreorganisatie of overdrachten van immateriële activa waaronder begrepen goodwill?
Voor groepsentiteiten van een multinationale groep die, in het verslagjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het jaar waarop de aangifte betrekking heeft, ten minste EUR 50.000.000 aan geconsolideerde groepsopbrengsten heeft behaald, geldt een verplichting om een gedetailleerde beschrijving te geven van de onderneming en de onderne-mingsstrategie die gevolgd wordt door de lokale entiteit, waaronder begrepen een indicatie of de lokale entiteit betrokken is geweest bij of is geraakt door bedrijfsorganisaties of overdrachten van immateriële activa in het huidi-ge of voorafgaande jaar en een toelichting op die aspecten van dergelijke transacties die invloed hebben op de lokale entiteit.

 
1v Heeft u een belang in een fiscaal transparante maatschap, v.o.f., c.v. of andere entiteit?
Als een besloten vennootschap een belang heeft in een maatschap, v.o.f, c.v. of andere transparante entiteit dient het firma-aandeel van de besloten vennootschap op basis van partiële consolidatie in de fiscale balans en resultatenrekening te worden opgenomen. Dit betekent dat u het aandeel van de besloten vennootschap per rubriek in de fiscale balans en resultatenrekening opneemt. U kunt niet volstaan met bijvoorbeeld één rubriek op zowel de fiscale balans als de fiscale resultatenrekening waarin u het gehele firma-aandeel verwerkt.

 

NB

De algemene vragen die betrekking hebben op een fiscale eenheid vult u in onder het tabblad Fiscale eenheid. Ze worden indien van toepassing  als vraag 2 afgedrukt als onderdeel van Opgaaf.

De algemene vraag over de agrarische onderneming wordt afgeleid uit de specificatie in het jaarstuk over de agrarische onderneming.

 

Haal meer uit de help