Show/Hide Toolbars

Nextens IB

Navigatie: Onderdeel Aangifte

Bezittingen

Scroll Vorig Top Volgend Meer

Vanaf 2011 geldt één peildatum, 1 januari van het aangiftejaar. Het invullen van de waarde van bezittingen op 31 december is alleen voor uw gemak.

 

Bank-, giro- en spaartegoeden (3010.00 en 3010.10)

Aandelen (3022.00 t/m 3024.00)

Groene beleggingen

Contant geld en vorderingen (3030.00, 3031.00)

Onroerende zaken in Nederland (3040.00)

Onroerende zaken in het buitenland (3050.00)

Niet-vrijgesteld deel van kapitaalverzekeringen (3060.00)

Rechten op periodieke uitkeringen (3070.00)

Overige bezittingen (3080.00)

Winstrechten (3080.50)

Belaste afkoopwaarde netto lijfrenten (3090)

 

Fiscale jaarpartners gezamenlijk aangeven

Vanaf 2010 geldt dat bij fiscale jaarpartners (vanaf 2011 ook bij overlijdens) alle bezittingen en schulden samen worden geteld. De onderlinge verdeling volgt pas bij de Grondslag sparen en beleggen, aan het einde van de berekening (zie Aanslagen/Inkomen/verdeling box 3). Een (wettelijk) gevolg is dat de vrijstelling (en heffingskorting) verbonden met groen beleggen (wettelijk) in dezelfde verhouding worden verdeeld als de grondslag sparen en beleggen.

Bij fiscale jaarpartners die in Nederland wonen is het daarom niet nodig om de bezittingen gescheiden in te vullen. Ze worden immers samengeteld en gezamenlijk verzonden. Als u toch apart in wilt tikken kan dat wel, het is dan niet mogelijk om de verzending de scheiden (die is voorgeschreven, dat ziet u dan ook terug op het afgedrukte aangiftebiljet en de print van de verzonden specificaties), maar wel kunt nog wel kiezen voor bepaalde afdrukmogelijkheden voor het Rapport waarbij de achterliggende specificaties van een partner niet worden afgedrukt. Zie Aanslagen/Inkomen Verdeling box3

Als de personen geen jaarpartners zijn (doordat ze bij deeljaarpartnerschap niet kiezen voor jaarpartnerschap) is gescheiden invoer uiteraard wel nodig. Deze situatie doet zich o.a. voor bij personen die in de loop van het jaar trouwen of scheiden, of gaan samenwonen of uit elkaar gaan. Bij buitenlanse situaties (M/C-biljetten) is gescheiden invoer van gegevens wel aan te raden.

 

Buitenlandse partners gescheiden invullen

Bezittingen en schulden van buitenlandse  partners dient u gescheiden aan te geven volgens het principe van juridisch eigendom. Als er fiscaal jaarpartnerschap geldt worden de bezittingen wel samengeteld, maar een voorwaarde is dat beiden kwalificerende buitenlandse belastingplichtige zijn en daartoe is het nodig dat ten minste 90% van het wereldinkomen in Nederland belast is en hiervoor moet het voordeel uit sparen en beleggen per persoon worden berekend. Zie de uitleg bij Aangifte buitenlander.

 

Verplicht of niet

De specificaties van Box 3 zijn (behalve die van de buitenlandse bank- giro en spaartegoeden) niet verplicht. De totaalbedragen staan op het papieren aangiftebiljet en zijn daarmee de verplichte onderdelen. De velden voor inkomsten (rente/opbrengst/betaalde rente) zijn voor eigen gebruik en t.b.v. de kapitaalsvergelijking. Vul in dit onderdeel ook de dividendbelasting in bij aandelen.

Ook de kolom waarde 31-12 is niet verplicht. Als u deze bij alle rubrieken leeglaat wordt hij ook niet op het rapport afgedrukt. Bovendien kunt u bij Aanslag/Verdeling box 3 nog aangeven dat de kolom 31-12 nooit moet worden afgedrukt.

Als u gebruik wilt maken van de vermogensvergelijking is invullen natuurlijk wel nodig.

Bank-, giro- en spaartegoeden en premiedepots (3010.00)

Vermeld uw bank-, giro- en spaartegoeden en premiedepots op 1 januari 2018 (en desgewenst op 31 december 2018). Vanaf 2010 moet u buitenlandse bankrekeningen apart vermelden (bij 3010.10).  Binnenlandse bankrekeningnummers kunt u met de toetsencombinatie CTRL+ i omzetten naar een IBAN.

Voor de vermogensvergelijking kunt u onbelaste tegoeden op het scherm 8001.00 (Niet in aangifte opgenomen inkomen en vermogen) vermelden.

 

Buitenlandse bank-, giro- en spaartegoeden en premiedepots (3010.10)

Vermeld uw buitenlandse bank-, giro- en spaartegoeden en premiedepots op 1 januari 2018. Let op dat XXX niet meer is toegestaan als Landcode. De landcode is verplicht (deze rubriek staat op het aangiftebiljet en is een verplichte specificatie).

Aandelen (3022.00 t/m 3024.00)

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

aandelen, winstbewijzen en opties;

obligaties;

aandelen in beleggingsfondsen;

maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal (zie hierna).

Bij aandelen, winstbewijzen, opties, obligaties en aandelen in beleggingsfondsen die genoteerd staan op de Euronext effectenbeurs te Amsterdam neemt u de slotwaarden uit de Officiële prijscourant van AEX-Data Services. Vermeld in andere gevallen de waarde in het economische verkeer.

 

Land

Dit veld is niet verplicht, maar als u het invult moet u wel een bestaande landcode invullen (zie de lijst die u kunt oproepen met Ctrl+L).

 

Dividendbelasting

Vul hier ook de betaalde dividendbelasting in. Bij Aanslagen/Inkomen/Verdeling box 3 kunt u bij fiscale jaarpartners het totaalbedrag nog verdelen.

 

Div/rente

De inkomsten worden gebruikt voor de vermogensvergelijking en rapportage naar de klant.

Groene beleggingen (3022.00)

Er geldt een vrijstelling voor groene beleggingen. Nextens berekent deze  automatisch. Het is van belang dat u de waarde invult, omdat er een extra heffingskorting geldt die afhangt van het vrijgestelde bedrag. Bij fiscale partners volgt de vrijstelling de verdeling die u maakt van de grondslag sparen en beleggen (dit is wettelijk voorgeschreven).

.

Contant geld en vorderingen (3030.00, 3031.00)

Vermeld ook geld dat u begin 2018 tegoed had van anderen en dat u niet heeft opgegeven bij Bank- en spaartegoeden of bij Aandelen.

Niet:

– (Latente) belastingvorderingen en vorderingen premie volksverzekeringen.

– Lopende termijnen met een looptijd van 1 jaar of korter.

 

Er geldt een vrijstelling voor contant geld, cadeaubonnen, saldo op chipkaarten e.d. van € 523 per persoon. Alleen het meerdere moet worden opgegeven.

 

Als u begin 2018 een vordering had op grond van een nalatenschap

Als één van uw ouders voor 2018 is overleden, kan het zijn dat bij de verdeling van de nalatenschap alle goederen zijn overgegaan op de langstlevende ouder, waarbij deze de verplichting op zich heeft genomen om alle schulden van de nalatenschap voor zijn rekening te nemen. Als dit het geval is, en u heeft bij de verdeling van de nalatenschap een geldvordering op de langstlevende ouder gekregen, dan hoeft u deze vordering niet aan te geven. Andere vorderingen op grond van een nalatenschap moet u wel vermelden bij deze vraag.

 

Vorderingen waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven

Als u op 1 januari 2018 een vordering had waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven, geeft u op 1 januari 2018 de waarde in het economisch verkeer van die vordering aan. Dit is doorgaans de waarde van de vordering inclusief de tot 1 januari 2017 opgebouwde rente.

 

Onroerende zaken in Nederland  (3040.00)

Had u een tweede woning of een ander pand in Nederland? Vermeld dan de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2017. Die staat op de WOZ-beschikking die u begin 2018 van de gemeente hebt gekregen. Had u een tweede woning in het buitenland? Vermeld dan de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde en onverhuurde staat op 1 januari 2017. Bij erfpacht vermindert u de WOZ-waarde met de waarde van de toekomstige erfpachtcanons. De waarde van de toekomstige erfpachtcanons is zeventien keer de jaarlijkse erfpachtcanon.

Een onroerende zaak is ook een woning die u verhuurde. Hiermee wordt ook de voormalige eigen woning die u in afwachting van de verkoop tijdelijk verhuurde  bedoeld .

 

Een tweede woning is niet:

– de eigen woning die uw hoofdverblijf was in 2018. Ook niet de ‘tijdelijke’ eigen woning. Deze geeft u aan bij Eigen woning.

– een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 dat volledig uw eigendom was. Beperkt eigendom en vruchtgebruik van een landgoed geeft u aan bij Overige bezittingen. Vermeld wel de tweede woning en andere gebouwen die daarbij horen en die op het landgoed staan.

– een bos of natuurterrein dat volledig uw eigendom was. Beperkt eigendom en vruchtgebruik geeft u aan bij Overige bezittingen.

 

Omschrijving *

Vanaf 2017 vraagt de Belastingdienst om een adres (compleet) in te tikken. Het veldomschrijving is vooral bedoeld om de gegevens van vorig jaar weer te kunnen geven.

 

Woz-objectnr

Dit is een niet verplicht veld. Het Woz-objectnummer bestaat uit 12 cijfers.

 

Maand verkoop

Dit veld is bedoeld voor de buitenlandse aangife (M/C) zodat een reductie op de waarde (de gebruikt wordt bij de vermindering van het voordeel) kan worden berekend.

 

Opbrengst

Voor eigen gebruik, wordt gebruikt voor de vermogensvergelijking.

 

Waarde 1/1

Vermeld dan de WOZ-waarde op de peildatum (is 1 januari 2017). Bij erfpacht vermindert u de waarde van toekomstige canons (is 17x de jaarlijkse canon).

 

Evt. deel ander

U gebruikt dit veld met name als het pand eigendom is van meerdere personen. Zie hiervóór over het invullen bij fiscale jaarpartners.

 

Waarde 31/12

Voor eigen gebruik.

 

Adresgegevens

Vanaf de aangifte 2017 is het mogelijk adresgegevens in te tikken.

 

Onroerende zaken in het buitenland (3050.00)

Ga uit van de waarde in het economische verkeer. De werkelijke inkomsten uit overige onroerende zaken (huur, pacht e.d.) zijn onbelast. Vanaf 2010 geldt een nieuwe berekening voor woningen die geheel of gedeeltelijk verhuurd zijn.

 

Omschrijving *

Vanaf 2017 vraagt de Belastingdienst om een adres (compleet) in te tikken. Het veldomschrijving is vooral bedoeld om de gegevens van vorig jaar weer te kunnen geven.

 

Opbrengst

Voor eigen gebruik, wordt gebruikt voor de vermogensvergelijking.

 

Waarde 1/1

Ga uit van de waarde in het economische verkeer. De werkelijke inkomsten uit deze onroerende zaken (huur, pacht e.d.) zijn onbelast. Vanaf 2010 geldt een nieuwe berekening voor woningen die geheel of gedeeltelijk verhuurd zijn.

 

Evt. deel ander

U gebruikt dit veld met name als het pand eigendom is van meerdere personen. Zie hiervóór over het invullen bij fiscale jaarpartners.

 

Waarde 31/12

Voor eigen gebruik.

 

Adresgegevens

Vanaf de aangifte is het mogelijk adresgegevens in te tikken.

 

3050.10 Berekening huurwaarde verhuurd deel woningen met huurbescherming (leegwaarde-berekening).

DIt is een hulpberekening om rubriek Onroerende zaken te kunnen invullen. De gegevens van dit scherm worden niet verzonden!

De berekende waarde (laatste kolom) kunt u zelf overnemen in naar scherm 3040.00 Onroerende zaken in Nederland.

 

Elk jaar verschijnt een nieuwe tabel, die soms wel / soms niet is gewijzigd t.o.v. het jaar ervoor.

 

Voorbeelden leegwaarderatio-berekening verhuurd deel (cijfers 2017=2018)

Jaar 2018, WOZ = € 100.000, 100% verhuurd, huurprijs = € 500 per maand.

Huur per jaar is dan 12 x € 500 = € 6.000; dat is 6% van WOZ-waarde; leidt tot een leegwaarderatio in 2018 van 73%;

Waarde verhuurde woning via leegwaarderatio-berekening = € 73.000. Neem dit bedrag over in de aangifte bij 3040.00.
 

Niet hele woning verhuurd?

Als nu niet 100% is verhuurd maar 60% (met dezelfde huurprijs), gaat de berekening als volgt:

WOZ-waarde wordt naar rato herleid tot € 60.000; Jaarhuurprijs is dan 10% van deze herleide WOZ-waarde; leidt in 2018 tot een leegwaarderatio van 85% en dus tot een waarde verhuurd deel woning van 85% over die herleide WOZ-waarde van € 60.000 = € 51.000. (waarde verhuurd deel is dus NIET 60% van € 73.000 = € 43.800).

Totale waarde van de woning is dan dus 40% van € 100.000 = € 40.000 plus waarde verhuurd deel van € 51.000 = € 91.000.

 

Werkelijke waarde lager dan forfaitberekening?

Het is denkbaar dat de werkelijke waarde van de woning lager is dan berekend via de leegwaarde-berekening. Als de stapeling van forfaits tot een afwijking van meer dan 10% van de werkelijke waarde is de volgende uitspraak van belang:

De Hoge Raad heeft op 24 april 2015 beslist dat waardering van een verhuurde woning via de Woz-waarde in combinatie met de forfaitaire leegwaarderatio buiten toepassing moet blijven als komt vast te staan dat die waardering leidt tot een waarde die in betekenende mate (10% of meer) hoger is dan de werkelijke waarde (nr. 13/04247, ECLI:NL:HR:2015:812). Als dat het geval is moet met het waardedrukkende effect van de verhuur rekening worden gehouden en moet worden uitgegaan van de werkelijke waarde van de verhuurde woning op de Woz-peildatum. Indien dit verschil aannemelijk gemaakt wordt, kan de stapeling van drie forfaits in box 3 (4% forfaitair rendement, de Woz-waarde en de leegwaarderatio) terzijde worden geschoven.

In  Nextens IB vult u in zo´n geval die werkelijke waarde in bij rubriek 3040.00. Rubriek 3050.10 wordt nooit verzonden, dus het is geen probleem om de hulpberekening te gebruiken (en een ander bedrag over te nemen in de aangifte).

 

Niet-vrijgesteld deel van kapitaalverzekeringen (3060.00)

Vermeld de waarde van verzekeringen die een kapitaal (een bedrag ineens) uitkeren. Ga uit van de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2018 (en evt. op 31 december 2018). Om een administratie te kunnen voeren die tevens wordt gebruikt bij de berekening van de vermogensvergelijking is het scherm 3060.50 (Vrijgesteld deel kapitaalverzekeringen e.d.) toegevoegd.

De specificatie wordt verzonden als omschrijvingen zijn ingevuld.

 

Polisnummer

Dit is een niet verplicht veld.

 

Als u een of meer kapitaalverzekeringen uiterlijk 14 september 1999 (geen kapitaalverzekering eigen woning) heeft afgesloten

Er geldt een vrijstelling: als de gezamenlijke waarde € 123.428 of lager is, hoeft u niets aan te geven. Is het bedrag hoger, dan geeft u alleen de waarde boven € 123.428 aan. Is het verzekerde kapitaal of de premie na 13 september 1999 verhoogd, dan mag u de vrijstelling alleen gebruiken als die verhoging plaatsvond op basis van een clausule die op 13 september 1999 al bestond. De vrijstelling vervalt in ieder geval als de looptijd van de verzekering na 13 september 1999 is verlengd.

Niet:

een kapitaalverzekering eigen woning;

een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij overlijden (bijv. een begrafenisverzekering met een uitkering in geld of in natura) tot een maximum verzekerd kapitaal van € 6.859 per verzekerde. Als het verzekerd kapitaal hoger is dan € 6.859 dan heeft u toch recht op de vrijstelling als de totale waarde in het economische verkeer van de polissen niet hoger is dan € 6.859. Het gaat om een verzekering die uitkeert bij overlijden van uzelf, uw fiscale partner, uw kinderen, ouders, broers of zussen en hun echtgenoten. Is de totale waarde hoger, dan vervalt de vrijstelling;

een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij invaliditeit, ziekte of ongeval.

Vrijgesteld deel van kapitaalverzekeringen (3060.50)

Deze rubriek is voor eigen administratie en t.b.v. de vermogensvergelijking. Hij maakt geen deel uit van de aangifte.

Rechten op periodieke uitkeringen (3070.00)

Vermeld de waarde van lijfrenteverzekeringen en andere rechten op periodieke uitkeringen waarvan u de uitkeringen al ontvangt in de vorm van een vast bedrag in geld, en die niet in box 1 vallen. De meeste lijfrenteverzekeringen en rechten op periodieke uitkeringen die vóór 1 januari 2001 zijn gesloten, vallen in box 1. Als u een vóór 1 januari 2001 bestaande saldo-lijfrente heeft afgerekend, geeft u de waarde van de verzekering aan in box 3. Zie ook Vruchtgebruik (aanvullende berekeningen in box 3).

 

Vermeld ook andere lijfrenteverzekeringen en rechten op periodieke uitkeringen die niet in box 1 vallen. Vermeld dan de waarde in het economische verkeer.

 

Niet:

De lijfrenteverzekeringen of andere rechten op periodieke uitkeringen voor zover u de premie daarvan in 2018 of in eerdere jaren heeft afgetrokken.

Overige bezittingen (3080.00)

Bij overige bezittingen horen bijvoorbeeld:

– aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) Was u lid van een VvE, bijvoorbeeld omdat u een appartement had

in een flatgebouw? Dan betaalde u aan de VvE een bijdrage voor onderhoudskosten, schoonmaakkosten en dergelijke. Door uw

lidmaatschap had u ook een aandeel in het vermogen van de VvE. U vermeldt uw aandeel in het vermogen van de VvE op 1 januari 2018.

– roerende zaken die u in 2018 verhuurde of als belegging had

– rechten die u in 2018 had op roerende zaken, bijvoorbeeld het recht om een auto of caravan van een ander (niet uw werkgever) gratis het hele jaar te gebruiken

– trustvermogen of een vergelijkbaar doelvermogen naar buitenlandsrecht (ook als u hier geen inkomsten uit had)

– vruchtgebruik of beperkte eigendom van een spaarrekening (zoals de blote eigendom: u was eigenaar, maar u had geen recht op de rente)

– vruchtgebruik of beperkte eigendom (zoals de blote eigendom) van een pand, landgoed, bos of natuurterrein

Het gaat hier NIET om uw bloot eigendom van een woning die voor een ander, de vruchtgebruiker, een eigen woning is (het hoofdverblijf). U kunt bijvoorbeeld  bloot eigendom van de woning erven waarin uw langstlevende ouder als vruchtgebruiker woont.

– recht op het gebruik van een pand waarvoor u minder dan één keer per jaar een zakelijke vergoeding betaalde

U betaalde bijvoorbeeld steeds de huur voor vijf jaar vooruit.

 

Bij de overige bezittingen in box 3 horen bijvoorbeeld niet:

– door een erfenis gekregen vruchtgebruik van de woning die in 2018 uw hoofdverblijf was

Het eigenwoningforfait van deze woning geeft u aan bij Eigen woning.

– roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen het gezin, bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning

– kunstvoorwerpen: deze zijn over het algemeen vrijgesteld

– door een erfenis gekregen rechten op roerende zaken die u zelf gebruikte

Deze rubriek is niet van belang voor de buitenlandse belastingplichtige. Die is alleen belast voor bepaalde winstrechten, zie hierna.

 

Opbrengst

Voor eigen gebruik, wordt gebruikt voor de vermogensvergelijking.

Winstrechten (3080.50)

Deze rubriek is bedoeld voor de buitenlandse belastingplichtige die rechten op aandelen bezit in de winst van een onderneming, waarvan de leiding in Nederland is gevestigd. Deze post komt pas in beeld als de inkomsten niet voortkomen uit het inkomen uit werk en woning, inclusief het inkomen uit terbeschikkingstellg en aanmerkelijk belang. Dit is een tamelijk zelden voorkomende situatie.

Belaste afkoopwaarde netto lijfrenten (tekst uit de toelichting bij het F-biljet 2017). (3090.00)

Vul vraag 32j in als degene voor wie u aangifte doet in het

voorgaande jaar (2016) een nettolijfrente of nettopensioen

heeft afgesloten die aan het eind van 2016 geen nettolijfrente

of nettopensioen meer was, omdat er sprake was van een niet

toegestane handeling (zie Niet-toegestane handelingen).

Als er sprake was van een niet-toegestane handeling, leidt dit tot

een sanctie in het jaar 2017. Het eerder genoten voordeel dat hij had

vanwege de vrijstelling in box 3 wordt hierdoor teruggenomen. U

geeft de sanctie aan bij zijn bezittingen in box 3, bij vraag 32j.

 

Hoe berekent u de sanctie in box 3?

Bereken eerst de helft van de waarde van de nettolijfrente of het

nettopensioen aan het begin van het kalenderjaar waarin degene

voor wie u aangifte doet nog aan de voorwaarden voldeed.

Vermenigvuldig de uitkomst met het aantal hele kalenderjaren vanaf

1 januari 2015 tot het moment waarop hij niet meer voldeed aan de

voorwaarden. De uitkomst geeft u aan bij vraag 32j.

 

Let op!

Als degene voor wie u aangifte doet zich niet heeft gehouden aan de

fiscale voorwaarden van zijn nettolijfrente of nettopensioen, vervalt

zijn vrijstelling in box 3. U moet dan ook de waarde van de voormalige

nettolijfrente of het nettopensioen op 1 januari 2017 opgeven bij zijn

bezittingen in box 3.

 

Bij welke vraag u de waarde moet aangeven hangt af van het

product:

– Als het gaat om een spaarrekening geeft u de waarde aan

bij vraag 32a (Bank- en spaartegoeden en premiedepots in

Nederland).

– Als het gaat om een beleggingsrecht geeft u de waarde aan bij

vraag 32c (Aandelen, obligaties en dergelijke).

– Als het gaat om een verzekeringscontract geeft u de waarde aan

bij vraag 32h (Rechten op periodieke uitkeringen).

 

Niet-toegestane handelingen

Bij een niet-toegestane handeling kan het gaan om de volgende

situaties:

– Degene voor wie u aangifte doet heeft het contract van zijn

nettolijfrente zo laten wijzigen dat er geen sprake meer was van

een nettolijfrente.

– Degene voor wie u aangifte doet betaalde voor zijn nettolijfrente

meer dan hij in het kalenderjaar mocht betalen aan jaarruimte en

reserveringsruimte voor de nettolijfrente.

– Degene voor wie u aangifte doet kocht de nettolijfrente geheel of

gedeeltelijk af.

– Degene voor wie u aangifte doet heeft zijn nettolijfrente

overgedaan aan iemand anders.

– Degene voor wie u aangifte doet gebruikte zijn nettolijfrente als

onderpand of (waar)borg bij een schuld.

– Degene voor wie u aangifte doet heeft zijn betalingen voor zijn

nettolijfrente helemaal of gedeeltelijk afgetrokken in box 1, bij

uitgaven voor inkomensvoorzieningen.

– Degene voor wie u aangifte doet heeft zijn nettolijfrente

overgedragen aan een niet-toegestane aanbieder.

 

 

Haal meer uit de help