Show/Hide Toolbars

Nextens IB

Navigatie: Onderdeel Aangifte

Vruchtgebruik (aanvullende berekeningen in box 3)

Scroll Vorig Top Volgend Meer

Nextens bevat hiervoor geen aparte rekentool. Deze is wel beschikbaar via FiscaalTotaal.

 

 

Let op

De vruchtgebruikberekening voor de IB is niet dezelfde als voor Schenken en Erven.

 

Vruchtgebruik, blote eigendom

Periodieke uitkeringen

Situatietabellen

Ingegane (tijdelijke) periodieke uitkering in geld of vruchtgebruik niet (uitsluitend) afhankelijk van een leven

Jaarlijkse uitkering niet in geld

Vruchtgebruik, blote eigendom

De waarde van bloot eigendom en vruchtgebruik wordt op een vaste wijze berekend. Uitgangspunt is de volle waarde van de bezitting. Het vruchtgebruik berekent u door eerst de overeenkomstige jaarlijkse uitkering te berekenen. Deze jaarlijkse uitkering is wettelijk gelijk aan 4% van de volle waarde van het betreffende vermogensbestanddeel. Deze 'jaarlijkse uitkering' vermenigvuldigt u met een vermenigvuldigingsfactor die afhankelijk is van de situatie die voor de vruchtgebruiker geldt. Dan heeft u de waarde van het vruchtgebruik berekend. De waarde van het bloot eigendom is het verschil tussen de volle waarde en de waarde van het vruchtgebruik. U geeft de waarde van een vruchtgebruik in box 3 aan, als u in het verleden het bloot eigendom van uw woning heeft verkocht of geschonken, waarbij u het vruchtgebruik heeft voorbehouden. Andersom geeft u de waarde van het bloot eigendom in box 3 aan als u deze heeft gekocht of verkregen.

Periodieke uitkeringen

Bij de waardeberekening van periodieke uitkeringen gaat u uit van de jaarlijkse uitkering. Deze vermenigvuldigt u met een vermenigvuldigingsfactor die afhankelijk is van de situatie.

Situatietabellen

Als het gaat om een ingegane periodieke uitkering in geld of vruchtgebruik die uitsluitend afhankelijk is van:

 

het leven van één mannelijk persoon, berekent u de aan te geven waarde met behulp van de onderstaande tabel.

het leven van één vrouwelijk persoon, berekent u de aan te geven waarde ook met behulp van onderstaande tabel. U gaat dan echter uit van de leeftijd van die persoon per peildatum verminderd met vijf jaar.

meer dan één leven en die vervalt bij het overlijden van de langstlevende, berekent u de waarde met behulp van onderstaande tabel door de leeftijd te nemen van de jongste persoon en daar trekt u tien jaar van af.

meer dan één leven en die vervalt bij het overlijden van de eerststervende, berekent u de waarde met behulp van onderstaande tabel door de leeftijd te nemen van de oudste persoon en daar vijf jaar bij te tellen.

 

U vermenigvuldigt de jaarlijkse uitkering met de vermenigvuldigingsfactor uit deze tabel.

 

Leeftijd op peildatum & factor

0 t/m 24 jaar                  22

25 t/m 29 jaar                21

30 t/m 34 jaar                20

35 t/m 39 jaar                19

40 t/m 44 jaar                18

45 t/m 49 jaar                16

50 t/m 54 jaar                15

55 t/m 59 jaar                13

60 t/m 64 jaar                11

65 t/m 69 jaar                  9

70 t/m 74 jaar                  8

75 t/m 79 jaar                  6

80 t/m 84 jaar                  4

85 t/m 89 jaar                  3

90 t/m 94 jaar                  2

95 jaar of ouder               1

Ingegane (tijdelijke) periodieke uitkering in geld of vruchtgebruik niet (uitsluitend) afhankelijk van een leven

Als het gaat om een ingegane periodieke uitkering in geld of vruchtgebruik die niet uitsluitend afhankelijk is van een leven, maar die ook vervalt na een bepaalde tijd, geldt een afwijkende berekening. Zie IB Almanak.

Jaarlijkse uitkering niet in geld

Als het gaat om een uitkering die recht geeft op andere goederen dan geld, gaat u bij de berekeningen van de waarde van de jaarlijkse uitkering uit van de waarde in het economisch verkeer van die goederen.

 

Haal meer uit de help